Hoewel de huizenmarkt langzaam aantrekt, staan duurdere woningen vaak nog lang te koop. Huizenbezitters die hierdoor in de problemen komen, besluiten regelmatig om hun ‘oude’ woning te verhuren aan een particulier.
Koop breekt geen huur
De financiële problemen zijn met een huurder misschien opgelost, maar
juridisch gezien zijn er een paar haken en ogen. Koop breekt namelijk
geen huur. Huurders hebben een vergaande, wettelijk geregelde huurbescherming.
Deze gaat boven afspraken die in de huurovereenkomst zijn gemaakt.
Ook al is bijvoorbeeld in de huurovereenkomst een maximum huurtermijn van één
jaar overeengekomen, toch bepaalt de huurbescherming dat een huurder na die
periode niet zomaar hoeft te vertrekken. Wanneer een potentiële koper duidelijk
wordt dat hij vastzit aan een huurder zal hij in veel gevallen de koop afblazen. Voor
de verkoper is dit uiteraard een groot probleem.
Oplossing via de Leegstandwet
De Leegstandwet biedt de mogelijkheid om koopwoningen in afwachting van
verkoop tijdelijk te verhuren. De eigenaar van de woning, de verhuurder, moet
een vergunning aanvragen bij de gemeente.
Aan deze vergunning zitten strikte eisen vast. De
gemeente kan de vergunning afgegeven voor maximaal twee jaar, te verlengen tot een
periode van vijf jaar.
Wanneer de gemeente een vergunning afgeeft op grond van de Leegstandwet geldt een
groot deel van de wettelijke huurbescherming niet. Dit betekent dat de huurovereenkomst relatief
gemakkelijk beëindigd kan worden. Hierdoor heeft u toch de financiële meevaller door de extra
huurinkomsten maar hoeft u niet bang te zijn dat de huurder oneindig lang kan
blijven huren waardoor het nagenoeg onmogelijk wordt uw woning te verkopen.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Guido Goorts, vakgroepleider
Vastgoed op 0493-352070 of via g.goorts@gca.nl.