Vincent Zwijnenberg is net beëdigd als nieuwe wethouder van de gemeente Roermond. Die functie vervult hij in deeltijd, naast zijn directeurschap bij Meeùs in Roermond. Hij legt de lat hoog en wil in vier jaar tijd een aantoonbaar resultaat neerzetten.
Wethouder worden, is het een lang gekoesterde wens?
Vincent Zwijnenberg: “Uit een beroepskeuzetest op 15-jarige leeftijd bleek
dat een wethouderschap wel iets voor mij zou kunnen zijn. Dat advies
heb ik opgevolgd en ben bestuurskunde gaan studeren. Tijdens een
stage in de Tweede Kamer ontmoette ik Jos van Rey. Van Rey haalde me na mijn
studie naar Roermond en ik kon binnen zijn bedrijf aan de slag. In 1995 werd ik
lid van Provinciale Staten van Limburg en in 1998 kwam
ik in de gemeenteraad van Roermond. Ik zie het als
een voorrecht en een geweldige uitdaging om mij nu
als wethouder te kunnen inzetten voor de Roermondse gemeenschap.”
Wat is uw aandachtsveld?
“Mijn werkterrein als wethouder is integrale veiligheid,
communicatie en personeel en organisatie. Integrale veiligheid
speelt op elk beleidsterrein van de gemeente een
belangrijke rol, maar wordt mijn inziens nog onvoldoende
als thema in de afwegingen meegenomen. Het bedenken en uitvoeren van veiligheidsbeleid
is in mijn ogen niet alleen een taak van de gemeentelijke overheid, de
politie en het openbaar ministerie, maar ook van het welzijnswerk, het MOV, de
jeugdzorg, de reclassering, het veiligheidshuis, noem maar op. Ik wil het bewustzijn
versterken dat een goede samenwerking tussen die organisaties de veiligheid
in onze gemeente sterk zal verbeteren.
De burger vindt veiligheid ontzettend belangrijk. Hoe gaat de gemeente
hier vorm aan geven?
“De gemeente heeft dat goed opgepakt en heeft op
dit punt met mijn portefeuille voor extra bestuurlijke
aandacht gezorgd. Maar er wordt in Roermond voor veiligheid
ook extra geld vrijgemaakt. Ik wil samen met het
college, de gemeenteraad, met de ambtelijke organisatie
en de ketenpartners op het gebied van veiligheid stevige
vooruitgang boeken. Maar burgers moeten zich ook
realiseren dat er voor hen een belangrijke rol is weggelegd.
De burger is namelijk naast veiligheidsconsument
ook veiligheidsproducent en moet meer beseffen dat hij
zijn directe leefomgeving positief kan beïnvloeden. Een
enthousiaste samenwerking in die volle breedte leidt mijn inziens tot verantwoord
beleid, meer draagvlak en dus meer succes. En daar wil ik over vier jaar op afgerekend
kunnen worden.”